Jan hendrik marsman gedichten met
Korte tijd voelde hij zich aangetrokken tot het fascisme , maar toen hij zag waartoe het leidde in Duitsland , werd hij een fel tegenstander en principieel bestrijder ervan.
Jan hendrik marsman gedichten
Het gedicht Herinnering aan Holland is na de oorlog tot de bekendste Nederlandse gedichten gaan behoren. Aan het eind van de twintigste eeuw werd het verkozen tot het Nederlandse Gedicht van de eeuw. Vooral het eerste gedeelte is zeer bekend:. Marsman was ook een van de weinige vooroorlogse Nederlandse dichters in wier werk het breekpunt van de Eerste Wereldoorlog in volle omvang doorklinkt.
Persoonlijke vitaliteit diende het antwoord te zijn op de dood en ontreddering, die de 'oude wereld' van de negentiende eeuw, met haar meer en meer gekunstelde vooruitgangsoptimisme, definitief ten grave hadden gedragen. Ook klinkt de invloed van vitalistische filosofen als Nietzsche en Bergson door in zijn werk.
Jan hendrik marsman gedichten in het
Marsman onderging in zijn begintijd als dichter invloed van de Vlamingen Wies Moens en Paul van Ostaijen , van vroege Duitse expressionisten als Georg Trakl en vooral van de Nederlandse dichter Herman van den Bergh , die met zijn bundel De Boog ' uit bewust afstand had gedaan van de geijkte schoonheidsidealen van de Tachtigers.
In zijn vroege periode stelde Marsman de directe verbeelding in de plaats van de meer dan eens gekunstelde als-vergelijkingen van de Tachtigers. Zijn verzen uit deze tijd vertonen verder een grote afwisseling in ritme, corresponderend met de verschillende dichterlijke gevoelsuitstortingen, getuige bijvoorbeeld zijn gedicht Einde :. Terzij de horde nooit gleed een bloemsignaal tegen de steilte van mijn schemernacht, waar ik, gewelfd over de rand der ruimte, den geur der eeuwen puur uit de bokaal der lucht en zelve drijf, een late, smalle bloem, op den verloomden maatslag van den tijd.
De volgende periode in zijn dichterschap, van ongeveer tot , kenmerkte Marsman zelf als een periode van zoeken. Hierin uitte zich steeds meer teleurstelling over zijn gebrek aan weerklank bij de nieuwe generatie , en, vooral, een toenemende angst voor de dood.
Jan hendrik marsman gedichten die
Dat juist een vitalist zoveel over de dood dichtte, is begrijpelijk. Het extreme vitalisme dat zich van geest en ziel heeft losgemaakt, heeft geen antwoord op de dood. Die moet als 'het volkomen andere' wel als zinloos worden ervaren. Het antwoord van Marsman luidde uiteindelijk: "creativiteit en scheppend vermogen, waardoor de geest weer gevitaliseerd raakt en een verbinding ontstaat tussen het geestelijk leven van de mens en zijn bestaan in de wereld.
De geest is niet slechts een functie van het leven, maar wordt dankzij het creatieve momentum , zelf de hoogste uitdrukking daarvan.
Jan hendrik marsman gedichten en
Verwonderlijk is het niet, dat Marsman met deze instelling aansluiting vond en zocht bij de schrijvers rond het tijdschrift Forum , vooral bij Simon Vestdijk en Menno ter Braak. Net als zij zag Marsman de subjectieve persoonlijkheid van de scheppende kunstenaar als een belangrijk criterium om de betekenis van diens werk te bevatten.
Slauerhoff en E. Wel bleven er verschillen bestaan, vooral waar Marsman sterk op zoek was naar de beleving van het 'objectieve' creatieve moment, speciaal in de prosodische vorm van het kunstwerk. Voor de meeste schrijvers van Forum echter was de vorm ondergeschikt aan de persoonlijkheid van de kunstenaar.
Vanaf ongeveer werd de romantisch-vitalistische levensinstelling van Marsman geleidelijk klassieker. Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan, rijen ondenkbaar ijle populieren als hoge pluimen aan de einder staan; en in de geweldige ruimte verzonken de boerderijen verspreid door het land, boomgroepen, dorpen, geknotte torens, kerken en olmen in een groots verband.
De lucht hangt er laag en de zon…. Zee, storm en duister en eeuwigheden breken in de nacht; mij worde dracht van firmamenten zeer verzacht. Van hare handen die zijn hoofd namen en het wegborgen binnen haar schoot is toen het kale glanzende strelen begonnen als een ijl sneeuwen over een groot, somber land. De dag overweldigt de wijd-open ramen met het morgenlichten der zee; berglanden, vloten, eilanden zonder namen, de kersentuinen van Jokohama stromen en sneeuwen voorbij Berenice, either suffered a fatal engine-room explosion, or was torpedoed by a German submarine which mistook Berenice for another vessel.
In poems including "De Overtocht" The Crossing some see signs of Hendrik Marsman predicting his own moment of dying and his fear "dat de dood het einde niet is" 'that death is not the end'. The lone black boat fares in the deep of night through a darkness, wild and great towards death, towards death. I lie deep in the moaning hold cold and afraid and alone and cry for the bright land that behind the horizon disappeared and cry for the dark land that weakly on the horizon appeared.
Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan, rijen ondenkbaar ijle populieren als hoge pluimen aan de einder staan; en in de geweldige ruimte verzonken de boerderijen verspreid door het land, boomgroepen, dorpen, geknotte torens, kerken en olmen in een groots verband.
Jan hendrik marsman gedichten op: In de weiden grazen de vreedzame dieren; de reigers zeilen over blinkende meren, de roerdompen staan bij een donkere plas; en in de uiterwaarden galopperen de paarden met golvende staarten over golvend gras. uit 'Verzamelde gedichten'.
De lucht hangt er laag en de zon…. Zee, storm en duister en eeuwigheden breken in de nacht; mij worde dracht van firmamenten zeer verzacht. Van hare handen die zijn hoofd namen en het wegborgen binnen haar schoot is toen het kale glanzende strelen begonnen als een ijl sneeuwen over een groot, somber land. De dag overweldigt de wijd-open ramen met het morgenlichten der zee; berglanden, vloten, eilanden zonder namen, de kersentuinen van Jokohama stromen en sneeuwen voorbij O, vrouw, bloeit schaduw waaierbloem en firmament, dat sterren schrijden in de gang mijns bloeds en nacht de weerklank van de roep der handen en uit de zoom van mijne donkerheden, onder de hemelbruggen mijner armen, het maanzeil tastend over dansend stroomlijf o, het zal stranden aan gifspelonk der ogen, vrouw….
Soms was zij heel de dag met zichzelve alleen. Volk, ik ga zinken als mijn lied niet klinkt; ik moet verdrogen als gij mij niet drinkt; verzwelg mij, smeek ik - maar zij drinken niet; wees mijn klankbodem, maar zij klinken niet.